Archive for oktober, 2007
Van kwaad tot erger
Ging daar ineens de conditie van ons beestje maandagnacht (wat er vooraf ging) zo hard achteruit dat we er van schrokken. De laatste dagen had ze (*) voornamelijk ‘s nacht wat diarree, maar dat ze al zo erg uitgedroogd was hadden we niet door. Dat kan je dan dus plotseling lelijk ontkomen! Het schijnt vaker te gebeuren. Gek is het, tien jaar is er niets aan de hand, altijd goed voor Axel gezorgd en als er eens wat was, op tijd naar de dokter geweest. En nu gebeurt er zoiets en voel je je een slechte baas.
Toen de situatie ineens veel erger werd, nadat het eerst beter leek te gaan, is Maria als de weerlicht naar de dierenarts gegaan. De dierenartsen zijn goede kennissen van ons met een mooie nieuwe praktijk, waar we weten dat Axel in heel goede handen is. Inmiddels zijn er foto’s genomen, 5 flesjes vocht en antibiotica toegediend, en ze knapte er al erg van op. Gelukkig mochten we ‘s middags wel even op ziekenbezoek. Dat was ook wel nodig want onze dochter was van de hele situatie erg geschrokken. Het bezoekje hielp mens en dier enorm.
Dinsdagavond op de ouderavond van school troffen we R. en M., de dierenartsen, en werden we even bijgepraat over de situatie. Het ging al erg goed, Axel was uitgelaten en had al weer flink geplast. Ook was ze weer redelijk vrolijk. Maar ze moest nog wel een nachtje blijven, lekker slapen in haar kooitje met vloerverwarming! Dat vind ik niet zo erg, ik ben onderhand ook wel toe aan een nachtje doorslapen.
(*) Even wat culturele achtergrond. Het is in Friesland eigenlijk zo dat beesten altijd ‘hij’ zijn, ongeacht het echte geslacht. Vandaar dat onze hond ook Axel heet, een mooie hondennaam vinden wij. ‘Zij’ voor teefjes in het spraakgebruik wordt als typisch iets voor stadsmensen gezien. Maar vooruit, je zult het me nooit horen zeggen, maar hier zal ik ons teefje als ‘zij’ aanduiden.
Ongenode gast(en)?
Ik vraag me af wat zich hierlangs toegang verschaft tot het kippenhok. Ik heb zo m’n vermoedens. Zeer binnenkort maar eens maatregelen treffen. Ik neem maar aan dat het geen leuke dames zijn die in mijn kippenhok willen overnachten of uit zijn op kippenvoer!
12:00 Update hond: Axel ligt nu aan het infuus bij de dierenarts! ![]()
Leek het gister al weer beter te gaan, vannacht ging het helemaal mis. Nu begon ze ook nog te spugen. Ik heb maar bij het arme beestje op de bank geslapen en heel wat afgedweild. Hopelijk knapt ze snel op…
Kippenweekend
Afgelopen weekend stond voor een groot gedeelte in het kader van onze kippen. Nu we aantal weken van de zes dames hebben mogen genieten werd het tijd de kinderziektes van hun verblijf aan te pakken. De gebreken in ons eigen verblijf konden wel even wachten. Eerst maakte ik een gat in de omheining van de ren, zodat ze het weiland in konden. Dit deden ze meteen, eerst schuchter maar later steeds verder de wereld intrekkend. Of kijkend, zoals hier links.
Daarna bracht ik de slaapstok een stukje hoger, hij was echt te laag, en maakte ik de plank die voor de leghokjes zit verwijderbaar zodat ze makkelijker schoon te maken zijn. Zo zie je maar dat aan een gekocht hok toch ook altijd wat te verbeteren valt. En tenslotte moest er een beetje kunstlicht in het nachthok worden aangebracht, anders houden ze straks in de winter op met leggen. Je kunt argumenteren dat dit tegennatuurlijk is, maar het is dan ook niet zo dat we ze 16 uur per dag in het licht zetten. We ‘bevriezen’ de natuurlijke lichtsituatie op diervriendelijke wijze straks ergens in november.
Het was nog een flinke operatie, die lichtvoorziening. Eerst allemaal kabelklemmetjes uit direct zicht aanbrengen onder de dakgoot, kabel aanbrengen, onder het pad door, het hok in. Lamp in hok aanbrengen, waar ik slecht bijkon (opgerold liggend in het nachthok) en wat daarom bijna niet wou. Grrr. Maar uiteindelijk is het allemaal toch gelukt. Alleen paste de tijdklok niet in het stopcontact omdat de steker van de centrale verwarming dat door zijn model verhindert. Maar goed, daar komen we wel uit.
Wakker
Hier krijg ik nou slapeloze nachten van:
‘Huh!’, denkt u nu. Hoe kun je van een gehekkelde sloot nou wakker liggen? Het woord ‘hekkelen’ verdient misschien enige toelichting. Zo noemen we hier het schoonmaken van de sloten in het najaar. Ik denk dat het een Fries woord is, vandaar dat ik het even toelicht. Gelukkig doet de gemeente onze helft ook wanneer ze hun eigen helft doen, respectievelijk de rechter- en linkerkant van bovenstaande sloot. En ze halen tzt ook de rotzooi op die daar linksboven verzameld ligt.
Toegegeven, van een gehekkelde sloot op zich lig ik ook niet wakker. Er is nóg een ingrediënt nodig, namelijk dit:
U ziet zo dat deze hond niet echt blij is. Eigen schuld zou ik zo zeggen. Moet je maar niet uit vieze omgewoelde sloten drinken. Of kauwen op Lisdodde-wortels met vieze blubber er aan. Alles ongetwijfeld erg aantrekkelijk voor een hond. Onweerstaanbaar zelfs. Maar dan moet je ook niet piepen als je ‘s nachts buikkramp krijgt. En buikloop.
En piepen, dat doet ze nou juist wel! Zo om de paar uur, nu al voor de derde nacht op rij. En ik ben de enige in huis die er wakker van wordt. Dan moet mevrouw er even uit, legt een klein prutje ergens neer en kan weer naar binnen. Ik kan wel zeggen dat we hier samen bijna jaarlijks last van hebben. Als het vannacht nog niet over is moeten we morgen maar even naar de dierenarts. Gelukkig mag ik dan een uurtje uitslapen. Heb ik wel nodig.
Opgave
Onderstaande opgave hield me afgelopen week bezig. Af en toe werkte ik er even een kwartiertje aan, maar ik kwam er nooit uit. Door mijn achtergrond heb ik al snel de neiging teveel mogelijkheden en ingewikkeldheden te zien. Tot ik gister in de trein ineens een goed idee kreeg. Vanmiddag ben ik er even voor gaan zitten en had ik het zó opgelost. Gewoon met denkwerk en wat eenvoudige wiskunde. Ik ben benieuwd naar uw antwoorden. Wie het met minder brandstof kan dan ik krijgt een eervolle vermelding!
Met een terreinauto moet een afstand van 2300 km worden afgelegd
- Er kan onderweg niet bij een benzinepomp worden getankt
- De auto verbruikt 1 liter per 10 kilometer
- Er kan maximaal 150 liter meegenomen worden, dit wordt verdeeld over de benzinetank en jerrycans
De vragen zijn:
- Op welke tussenliggende afstanden moet brandstof (in jerrycans) worden verzameld om het hele traject af te kunnen leggen.
- Hoeveel brandstof is er in totaal nodig.
Vrijdag 2-11 plaats ik de oplossing hieronder.
Even een voorbeeld voor hoe je moet denken. Stel, je rijdt 50 km de woestijn in, dumpt daar alle brandstof in jerrycans behalve 5 liter om terug te keren om meer brandstof te halen. Dan ligt er op 50 km dus 140 liter brandstof. De volgende keer dat je daar komt kun je dat weer gebruiken om bij te tanken en iets verder de woestijn in te rijden. Er is een oplossing voor een aantal dumpplaatsen en hoeveelheden achter te laten brandstof, om de hele woestijn door te rijden.
Uitwerking
Uitgangspunt: Je wilt zo lang mogelijke afstanden afleggen en zo weinig mogelijk heen en weer rijden. Het makkelijkst is het dan om terug te werken. (dit was mijn idee in de trein).
De langst mogelijk te rijden afstand is 1500 km, dus op de laatste dumpplek moet 150 liter brandstof komen omdat dat de maximaal mee te nemen hoeveelheid is. Laten we die afstand voor de laatste rit aanhouden. Omdat je alleen maar vanaf een dumpplek terugrijdt om extra brandstof te halen rijd je tussen twee dumpplekken altijd een oneven aantal keer heen en weer. Laten we ervanuitgaan dat je elke keer vol vertrekt en leeg weer terugkomt. Dat is het meest efficiënt natuurlijk. Als we in kilometers rekenen in plaats van liters komen we op de volgende formule:
10B=1500x-(2x-1)*a.
B= hoeveelheid gedumpte brandstof die nodig is, x = aantal brandstoftoevoegingen op de dumpplaats en a = afstand tussen twee dumpplaatsen. Rekenen we nu voor B=150 dan kun je de volgende formule afleiden:
a=(1500x-1500)/(2x-1).
Rekenen we nu voor x=1, dan zien we al meteen dat dat niet opschiet. Je komt immers nergens met maar één keer tanken. Met twee keer brandstof halen (x=2) komen we al op a=500 km. Dat is mooi, van de 2300 km hebben we nu al 1500 + 500 = 2000 km overbrugd. Nu nog de eerste 300 km.
Omdat we twee keer brandstof gingen halen moet op 300 kilometer afstand van de start dus 300 liter (2*150 liter) brandstof aanwezig zijn. Laten we dit eens invullen in onze eerste formule:
3000=1500x-(2x-1)*300.
We zien al snel dat x=3. We moeten dus 3 keer 150 liter tanken aan de start en dus hebben we 450 liter brandstof nodig. De eerste dumpplaats is op 300 km (300 liter sparen), de tweede op 800 km (150 liter sparen). Grappig is te constateren dat we voor elk deeltraject 150 liter brandstof nodig hebben.
In het voorbijgaan
Drie jongens wandelen door het park.
A: “…en dan sluip je snel naar buiten, hopend dat niemand je ziet, en dan kom je een bekende tegen!”
B: “Ja, je vader of zo!!”
A, B en C: “Hahaha!!”
Tijdens het wandelen vang ik in het voorbijgaan wel eens een flard van een gesprek op. Soms echt, soms verzonnen of opgeleukt. Wanneer nodig, voorzien van een beetje context. De rest mag u raden, net als ik.
Modern openbaar vervoer
Vanmorgen moest ik staan in de trein naar Leeuwarden. Gelukkig komt dat niet vaak voor, maar de machinist had het gisteravond al gezegd toen we als haringen in een vaatje over het rangeerterrein reden: “Dames en heren, als u even naar rechts kijkt ziet u daar alle defecte treinstellen staan. Dat is de reden waarom u nu niet kunt zitten, excuus voor het ongemak”. Er stonden daar flink wat van die treinstellen, maar vanochtend waren ze er niet meer, hopelijk worden ze snel gerepareerd.
Ik leunde naast een meisje dat met twee vriendinnen op weg was naar Harlingen. Ze beklaagden zich er onder elkaar over dat er geen trein direct van Sneek naar Harlingen reed en dat ze daarom nu zo’n omweg moesten maken. Ik vroeg me af waarom ze dan niet met de bus waren gegaan, maar hield me stil. De reden bleek later uit hun gesprek: de bus was zonder hen vertrokken omdat die vol zat. Tegenwoordig rijden ze hier met mini-bussen, vandaar waarschijnlijk.
Omdat de meiden naar Terschelling wilden hadden ze een buschauffeur aangeklampt om te overleggen hoe ze dan toch nog op tijd in Harlingen konden komen. Ze waren kennelijk uitermate vriendelijk en behulpzaam te woord gestaan. Dankzij zijn advies zaten en stonden ze nu in de trein, in de hoop toch nog de boot te halen.
“We moeten wel hollen zometeen” zeiden ze tegen elkaar, “want we hebben maar een paar minuten om over te stappen!”. Nog voordat de trein in het station was, waren ze al opgestaan en hadden ze zich naar de uitgang gefriemeld. De trein stopte en ik zag ze buiten voorbijkomen, rennend over het perron met hun tassen. Maar ik had het al gezien op het spoor naast dat van ons, de trein naar Harlingen stond er niet. Die was vast defect.
Opruimmysterie
Nog een raadselachtig gebeuren: het opruimen van de boot. Onze boot is dan net een maiskorrel die je in de hete olie gooit (popcorn dus). Releatief bekeken hebben we niet echt een supergrote boot, en de bergruimte is navenant. Toch is het onvoorstelbaar wat er aan volume vrijkomt wanneer we aan het eind van het seizoen alles leeg- en afhalen. En eenmaal thuis weten we bijna niet waar we ermee heen moeten, en dan blijft er ook nog eens best veel aan boord. Hal, overloop, badkamer en kantoortje liggen vol spullen! Het vindt straks allemaal zijn weg wel weer, maar nu lijkt het wel alsof we aan het verhuizen zijn!
Kleine irritaties
Niet alleen irritant, maar ook verwonderlijk. Nou ja, ik heb er geen last van natuurlijk, maar ik vind het irritant omdat ik het niet helemaal begrijp. Hoe ontstaat dit zomaar midden in een snoer en hoe kom je er (gemakkelijk) van af! Deze telefoon is van mijn collega, ze heeft hem nog geen maand! Zelf heb ik al jaren een snoer zonder vreemde kronkels. Kennelijk telefoneer ik neutraal, zonder de hoorn tussen opnemen en neerleggen een slag te draaien.