Archive for maart, 2008

400 keer

400 artikelen geschreven, staat hier ergens rechts. Nu 401 dus. Het zijn er zelfs wel een flink aantal meer, maar ik publiceer niet alles. Soms omdat het gewoon te slecht is, vaak omdat het toch te persoonlijk werd. Ik vind het wel een prestatie van mezelf, ik had niet verwacht dat te kunnen toen ik er aan begon. Het schrijven wordt ook steeds leuker. Het nadenken over zaken die je bezig houden.
Ilse zei er dit over op mijn hyve en ik kan me daar heel goed in vinden: Schrijven kan je heel goed helpen, merk ik, bij het loslaten en veranderen. Je schrijft toch je gedachten op, leest, herleest, wikt en weegt, haalt dingen weg, heroverweegt. Het bevordert je denkproces en er komt ruimte in je hoofd voor nieuwe gedachten en ideeen.
Of wat Jowi ooit eens schreef en me ook heel goed bijbleef: Schrijven is de daad van het schrijven, das waar, maar het is ook graven en dapper zijn. Het is jezelf en de wereld pellen en je er steeds opnieuw toe verhouden, vele woorden lang, inclusief kromme zinnen.Maar niet alleen het schrijven vind ik leuk, ook de waardevolle contacten die ik ermee heb gekregen en gehouden. Met (heel!) aardige en redelijk gelijkgestemde mensen, waarmee ik meer en regelmatiger contact heb dan met veel mensen uit mijn ‘echte’ leven. Het voelt zelfs dieper, omdat ik hier soms dingen over mezelf schrijf -en er heel lieve reacties op krijg- die niet snel aan de orde komen tijdens een biertje. Behalve dan natuurlijk als ik dat doe met die paar lieve vriendinnen die hier vaak lezen én waarmee ik biertjes of thee drink. Maar dat zijn er niet veel (waarvan ik weet dat ze hier lezen). Misschien moet ik maar eens net zo dapper zijn als Anne-Marie bijvoorbeeld en het meer uitdragen aan familie en vrienden dat ik hier schrijf. Om de één of andere reden durf ik dat niet zo goed. Ben ik misschien wel bang dat ik me dan minder vrij zal voelen.Af en toe heb ik van die momenten waarop ik me afvraag of ik er mee door moet gaan. Dat heb ik met alles, ik ben een weggooier, geen verzamelaar. Ik leef het liefst zonder ballast, maar dat betekent niet dat ik ontrouw ben! Stoppen zou het verlies betekenen van alles en iedereen wat ik hierboven beschreef en ik denk, weet zeker, dat ik het als een groot gemis zou gaan voelen. Toen ik er aan begon heb ik een deur opengezet die niet meer dicht kan. En ik denk dat dat maar goed is ook, ik voel me er heel gelukkig bij.

Harlingen, gister

Ik snap het best als jullie het misschien niet zo interessant vinden, maar het moet even af. Uit mijn systeem. Gister was ik bij mijn moeder, om haar belasting te doen. We hadden het er nog even over. Over waarom wij bij het Eerste waren. "Omdat het sjiek was!" zei ze, en moest er geweldig om lachen. Dat was iets van mijn vader, die had wel iets van flair, de dingen konden nooit ‘gewoon’. Ik zei dat ik foto’s had gemaakt en dat het zo jammer was dat ze er allemaal zand hebben opgespoten. Nu moet je ver lopen, ook met hoog water, voordat je fatsoenlijk kan zwemmen. Ze vertelde dat er bordjes in de stad staan, is mij nog nooit opgevallen, met een pijltje met ‘strand’ erop. En ook dat vond ze vreselijk komisch. Zo’n nagelrandje opgespoten zand ‘strand’ noemen. Misschien is de flair van mijn vader Harlingers niet vreemd.

De resten, gister:
A: nr 100.
B: doucheplateau dames
C: de ingang van het gangetje
D: nauwelijks zichtbaar het doucheplateau heren
E: nr 100 heren, maar niet meer in gebruik toen ik er altijd was.
F: het Tweede
G: wandelpad langs dameskant. hierlangs waren ‘s zomers houten vlonders waarop je kon zonnebaden.

 
Ongeveer zelfde plek als de foto uit het vorige stukje.

Uit de ansichtkaartenverzameling van mijn vader (klik op de miniaturen voor grote versies):


Het eerste in volle glorie, het tweede op de achtergrond, maar zo heb ik net niet echt gekend. Jaren ’50 en misschien nog ’60. Het opgespoten zand komt nu tot dat laagste dwarspad. Ik vind het zonde. De plek links, waar die kinderen op dat houten plankier zitten, duidde ik hierboven met ‘G’ aan. 


Het tweede, jaren zeventig. Vóór de (aangestoken) brand.


Beide, begin 20e eeuw.


Let op de boerkini’s. Voor ons ook nog niet zo lang geleden…

 

Jamie Oliver

Tja, en als dan z’n boek in huis is en er ook wel eens naar z’n programma wordt gekeken, dan moet er natuurlijk ook uit gekookt worden. Vandaag kregen we van Hella dit briefje mee. Grappig, hoe ze langs die plakrand schrijft. Het was verdorie nog een heel werk al die dingen bijelkaar te sprokkelen, de normale boodschappen kwamen erdoor in de verdrukking. Ik zal proberen wat foto’s te maken van haar kookproces, want dat is een lust om te zien. Wel veel afwassen trouwens. Keurig allemaal bakjes en schaaltjes met afgewogen en voorbereide ingrediënten. Dat gaat helemaal goedkomen, morgen. 

Een bijnaam van Maria is binnen ons gezinnetje ook wel eens "de Mothership", vandaar dat die salade ons wel aansprak. Hoe dat gekomen is, van dat Mothership, weet ik niet meer zo precies. Het had geloof ik met Startrek of een andere Science Fiction film te maken, en dat Maria in haar rolstoel of scootmobiel toch altijd wat een stabiele basis is als we ergens op pad zijn. Vandaar, denk ik.

La Française en de pubers

Tijdens onze lange zomervakanties begin jaren ’70, hingen we altijd rond in het zwembad, het Eerste (klik). Eigenlijk was het geen zwembad, maar we noemden het wel zo. Een betere naam was badhuis geweest. Het kende twee vleugels met omkleedhokjes. De ene kant was voor Dames, de andere kant was voor Heren.  Aan het dameseind was een toilet (model ‘tonnetje’), hokje nr 100. Tussen beide vleugels was een vierkant gebouwtje dat doorsneden werd door een toegangsgangetje waardoor je van de achterkant, de dijkkant, naar de voorkant, de zeekant, liep. In het gangetje was het altijd donker en koel, ‘s zomers stonden de deuren aan voor- en achterkant open. Als je door het gangetje liep, zag je door de andere deur eerst de betonnen veranda met witte tafeltjes en witte klapstoeltjes, dan een mooi wit hekje en daarachter de zee. Golfjes schitterden in de zon, vaak zachtjes ruisend. Het is een beeld dat tot de oerbeelden van mijn jeugd hoort. Door dat gangetje kreeg de zee een andere kwaliteit, uitnodigend en mooi. Je hoorde haar scherper, het was een andere zee dan die die je zag en hoorde wanneer je naar het zwembad fietste. Zonder dat gangetje en dat hekje is de zee voor mij nooit meer hetzelfde geweest. Een schilderij zonder lijst.Op die veranda, links aan de herenkant (op de foto rechts) waar ook de badmeesteres haar kantoortje annex winkeltje had, hingen we altijd rond. De dochter van de badmeesteres was Jenny, waar we hevig verliefd op waren. Ze wist het en buitte het handig uit. Wij sukkels…Maar Jenny moest toch even het onderspit delven, toen daar op een hete zomerdag la Française naar binnen stapte. Met haar stomme Franse vriend, waar we al meteen een hekel aan hadden. Ze was bloedmooi, en oud. Welzeker 22 of zo! Met handgebaren werd hen duidelijk gemaakt dat er een Dames- en Herenkant was. Ze moeten het niet goed hebben begrepen, want ze gingen samen in één hokje. Aan de dameskant nog wel! Oh, wat waren we stinkend jaloers op die vent. Het duurde eindeloos lang voordat ze weer uit het hokje kwamen, in haar bikini bleek ze nog mooier dan we hadden durven dromen. Ruim 35 jaar later staat ze me nog voor de geest alsof het gister gebeurde. Ik durf te wedden dat ze nóg een mooie vrouw is. Haar lange zwarte haar deed ze uitdagend in een staart. Mooie borsten had ze, met ondeugend naar boven wijzende tepels. Haar schaamhaar scheen door haar ietwat doorzichtige witte bikini. Ze had een figuur waardoor de rest van die middag mij slechts in een waas voor ogen staat. Aan de anderen had ik ook niet veel, hun tong hing eveneens op hun blote voeten. Ze zwommen een tijdje en na afloop spoelde ze zich adembenemend mooi en nog doorschijnender af onder de buitendouche (herenkant!). Daarna ging die gladde Franse smeerlap nóg een keer in haar hokje. Dit keer veel langer zelfs. We wilden wel, maar durfden hen niet stiekem te gaan afluisteren, bang bevestiging te krijgen van gebeurtenissen die we die lelijkerd niet gunden.Het was allemaal teveel voor ons. Ik geloof dat we pas ‘s avonds weer uit het koude water durfden te komen, toen ze allang weg was en Jenny met haar moeder naar huis was gegaan.

Op de foto staat een aantal van ons, een paar jaar later. Ik nam de foto. Jenny (paars) en haar moeder (geel-zwart) in het midden, de anderen links en rechts. De deur naar het gangetje in het midden, het witte hekje vooraan. Een doel op het dak gekrijt voor één of ander balspel. Behalve Martin (rechts) en Sybo (derde links) weet ik niet eens meer hoe de anderen heetten…

de Soos

Bij ons op de jachthaven staat een mooi oud hokje. Het schijnt ‘Amsterdamse school’ te zijn, of zo. In ieder geval iets dat bewaard moet blijven voor het nageslacht, met een mooi asbestgolfplatendak erop. Net als op mijn schiphuis trouwens, maar dit terzijde. Die ‘school’ herken ik wel, ons badhuis aan zee vroeger in Harlingen, ‘het Eerste’, was volgens mij van dezelfde school. Dat badhuis ging echter genadeloos ten onder, eind jaren zeventig, een hoop jeugdherinneringen met zich meenemend. Nu resten er nog slechts betonnen sporen op de zeedijk. Overigens noemden wij het ‘het Eerste’ omdat je het als eerste tegenkwam als je vanuit de stad kwam. In het echt heette het ‘de Stenen Man’. Dat er ook een Tweede was, is niet zo moeilijk te raden. Er was ook een klassenverschil, waar ik me toen niet bewust van was. Ik denk nog steeds niet in klassen, maar dat wordt me soms wel moeilijk gemaakt door degenen die dat wél doen.Het (altijd drukke) Tweede was van de gemeente, het Eerste was een soort privé-eigendom van wat notabelen van de stad. Je kon er wel gewoon ‘lid’ van worden. Achteraf verbaast het me dat wij daar kwamen, we behoorden geenszins tot de notabelen, netzomin als mijn vrienden die daar kwamen. Nu ik er over nadenk, misschien had het ooit ook een Katholieke achtergrond, of was het andere nu juist Protestants, een belangrijk argument voor mijn ouders. We hebben er in ieder geval geweldige zomers gehad. De hormonen gierden er door mijn lijf. Het soms eccentrieke gedrag van -de vrouwen van- de notabelen namen we voor lief, we hadden er wel pret om.Maar goed, dat hokje op de jachthaven dus. Het wordt nu low-budget gerestaureerd en moet een soos worden. Het enige probleem is dat het precies daar staat waar men eerste rang uitzicht heeft op ‘onze’ kade. Waar we altijd moeten afmeren alvorens het schiphuis in te gaan. Waar ik vaak nog even wat pruts. Tassen op de wal zet, boot opruim. Nu nog altijd redelijk ongestoord, straks met de priemende blikken in mijn rug van de borrelaars die het weekend even komen afsluiten. Stel ik me zo voor. Ach, misschien valt het ook wel mee. Maar even afwachten hoe het loopt, ik houd jullie op de hoogte.

Moet je niet denken dat ik foto’s kan vinden! Dat wordt speuren in mijn doos ongesorteerd thuis…

Koud hè?

Voor sommige bevolkingsgroepen is Anne puur een meisjesnaam, voor ons Friezen niet. Mannen dragen hem ook. Maar die trui werkt wel wat verwarrend.

Click for full size image 
Anne Vondeling te Leeuwarden.

Zeilen in de sneeuw

Hella en ik voeren zaterdagochtend het Sneekermeer op. Het was lagerwal bij het Starteiland, dus we kregen de fikse noorderwind en de golven vol op de kop. Het buiswater loog er niet om. Een mooi stoer gezicht, maar ik zag mijn dochter daar niet in zeilen en dat zei ik ook tegen haar. Zelf was ze ook wel onder de indruk, maar later gaf ze aan dat als er een start kwam zij daar zéker bij zou zijn. Gelukkig nam het wedstrijdcomité de enig juiste beslissing en gelastte de wedstrijden voor die dag al vroeg af en waren we ‘s middags op tijd weer thuis. Dat vond ik achteraf wel jammer, want terwijl ik met haar een bakje koffie dronk bij mij aan boord, was het er toch wel aangenaam geworden. Een kacheltje mee doet wonderen.Zondagochtend waren we er weer en lukte het er een wedstrijd uit te halen. Ik was blij te zien dat het bootje weer keurig voer, alleen had ik een klein blauw touwtje overgehouden dat ik niet zo snel kon plaatsen. Nog voordat ze de haven uit waren geweest kwamen ze al weer terug. Eén van de hangbanden zat los, daar was dat touwtje van! Gelukkig had ik het nog in mijn broekzak, dus waren ze snel weer onderweg.Na onze eerste overnachting aan boord van dit jaar, waren er maandag zelfs twee wedstrijden mogelijk, waarbij Hella vlak voor de finish van de eerste wedstrijd overboord sloeg door een onverwachte windvlaag vanaf de verkeerde kant. Het kostte haar haar eerste plekje. Je hebt nog nooit iemand zo snel weer in een bootje zien klimmen, niet omdat het zo koud was, maar omdat het een spannende wedstrijd was. Over de (water)temperatuur heb ik haar nauwelijks gehoord, "viel wel mee" (ietsje kouder en we hadden kunnen schaatsen), maar ze baalde enorm van het verlies van haar eerste plekje.Al met al was het een prachtig weekend, sneeuw en hagel op dek hebben we niet vaak. Voor de liefhebbers: klik voor een paar foto’s. Binnenkort meer foto’s op mijn hyve.

Nachtfoto’s

Mijn eerste nachtfoto’s. Er zit nog veel te veel kleur in. Ik wil de monochrome tinten van een nacht met volle maan zien te vangen. Maar het fototoestel ziet meer kleur dan ik. Dat wordt veel experimenteren, maar niet nu, niet vandaag. Ik ben doodop van het klussen aan de boten, het inrichten van de Flits kostte meer tijd dan ik had verwacht. En er kwamen toch allemaal van die kleine dingetjes aan de grote boot tevoorschijn die ook nog moesten. Bovendien zaten we vanavond ineens onverwacht bij Cambuur-Den Bosch. Ik bij een voetbalwedstrijd! De tweede in mijn leven, bij de vorige zag ik van Hanegem nog voetballen. Op zich wel een stukje waard. Andere keer maar, ik houd het nu even voor gezien.

 

 

Vrouw achter het stuur

Woensdagavond, ik fiets naar m’n wekelijkse Tai Chi uurtje. Ik ben een beetje laat, dat heb ik regelmatig, ik moet me er vaak toe zetten op pad te gaan. Helemaal met dit weer, tegenwind en misschien een hagelbui of zo. Ik fiets altijd door een winkelstraat, de winkels zijn dan net dicht. Deuren gaan op slot, personeel wandelt vrolijk pratend weg. Aan het eind is een kruising met een drukke straat. Ik moet stoppen voor de één of andere enorme 4-wheel drive. Een dameshoofd met lange blonde haren kijkt de andere kant op, ze aarzelt, weet niet waar ze moet zijn. Ik moet op haar wachten, kan er nog niet langs. Ze stopt, houdt het verkeer op. Ik sta wat in mezelf te mopperen. "Kom op, rij even door…"Het is net of hoort ze’t. Ze draait zich om en kijkt me aan, ik zie een leuk gezicht. En ze werpt me een stralende glimlach toe waardoor ik me gelijk een zak voel, met m’n gemopper. Ik lach vriendelijk terug: "Doe maar rustig aan, neem alle tijd." Wat moet het toch makkelijk zijn, door het leven te kunnen laveren met zo’n lach. Ze rijdt door, ik ook. Het moment al weer bijna vergeten kijk ik een paar straten verder toch nog even of ze niet vanaf de andere kant terugkomt.

Vaarklaar maken

Hoe dichterbij het komt, hoe meer zin ik krijg in het Paasweekend. Traditioneel is er dan het Paasevenement, een zeilwedstrijd voor enkele jeugdklassen, op het Sneekermeer. Dit jaar idioot vroeg, maar sneeuw tijdens Pasen hebben we eerder meegemaakt. Het voordeel is dat we er heel dichtbij wonen, dus als ik het niet leuk meer vind door de weersomstandigheden ben ik snel thuis! Maar dan moet het wel heel erg zijn, zo aan het begin van het seizoen. De motorboot is klaar, de zeilboot van Hella ook. En de kachels gaan mee, dat moge duidelijk zijn.