Archive for oktober, 2008

The Ring

Sinds ‘the Exorcist‘, waar ik indertijd misschien een beetje te jong voor was, of in ieder geval te gevoelig, heb ik het niet zo op dit soort horrorfilms. Later heb ik nog eens alle delen van de serie gezien en vroeg me af waar ik me zo druk om had gemaakt. Misschien maakte de muziek van Mike Oldfield nog wel het meeste indruk.Enniewee, doe mij maar ‘gewone’ actiefilms of goede drama. Over ‘the Ring’ had ik slechts verhalen gehoord, van collega’s. Dat het "een rotfilm" was of dat ze zich bijna dood waren geschrokken toen de tv ‘s avonds nog even een statische ontlading had gehad nadat ze’m uit hadden gezet. Niet naar kijken, had ik mezelf voorgenomen. Hella nam ‘m verleden week op en wilde er natúúrlijk naar kijken. Dat leek me niet zo’n goed plan, ik projecteerde duidelijk mijn eigen gevoelens erover op haar. Ze keek me aan alsof ik me aanstelde, wat misschien ook wel zo was. "De hele klas" bleek er al naar gekeken te hebben, meestal heb ik daar niet zo’n boodschap aan. Nieuwsgierig geworden bedacht ik me later dat we er dan tenminste maar samen naar moesten kijken.Nou, dat viel ons alleszins mee, of tegen zo je wilt. De eerste de beste aflevering van ‘Ghostwhisperer’ vonden we spannender. Wat we zagen was een best goed verteld en mooi gefilmd verhaal. Mooie sfeer ook, hoewel ik de hoofdpersoon zich bij tijd en wijle behoorlijk irritant vond gedragen. En trouwens, het spook gedraagt zich ook onlogisch. Meestal heeft het spook in kwestie een groot communicatieprobleem, ook nu weer. In plaats dat het nou gewoon aangeeft wat het wil, stuurt het allerlei andere ingewikkelde berichten. Erg lastig voor de betrokkenen, maar goed, je krijgt er een spannende film door. Ook vond ik de achtergronden van ‘het meisje’ niet goed uit de verf komen, het laat allemaal veel vragen na. De film krijgt terecht een 7,2 op IMDB, mijn redelijk betrouwbare meetlat voor films. Onder de 6 is het meestal al niet meer de moeite waard.Het schokkendste deel vonden we de scène met het paard op de veerpont. Hella kan niet zo goed tegen scènes met dieren. Ze heeft er ook een erg goed geheugen voor. ’The Butterfly effect‘ (7,8) noemt ze "De film met het hondje". Zelfs ‘Babe‘ (7,3) blijft voor haar lastig om naar te kijken, hoewel ze zich er laatst redelijk moedig doorheensloeg. Dus is het moeilijk te voorkomen dat ze wel eens iets ziet wat haar niet gemakkelijk valt. En zo hebben we allemaal wel onze films waar we niet graag naar kijken.

Sokken

Er gaat niets boven een paar vers gebreide sokken van Oma aan je voeten.

Een gestolen tochtje

Het is druk in en om het huis, na zo’n zeilseizoen van verwaarlozing. Het studeerkamertje beneden hebben we nu opgeknapt, gesausd, behangen (glasvezel en daarna muurverf), nette kasten erin. Naast het huis een bende afvalhout dat volgende week naar het grofvuil moet, in de garage het verpakkingskarton van de kasten. Het is mooi weer, mijn plan is om wat aan deze rotzooi te doen.Maar de boot trekt de hele tijd, het kriebelt ergens in een hoekje van mijn geest. Ik word er onrustig van. De neiging die ik vroeger had om eerst al het werk te doen en daarna pas plezier te (mogen) hebben, zodat je daar dus nooit aan toe komt, duikt weer op. Mijn klusjes half klaar besluit ik toch maar even naar de boot te fietsen, het beddegoed moet toch eindelijk maar eens opgeruimd worden.Wanneer ik weer bij m’n positieven kom vaar ik zomaar langs de Zeilstraat. Daar is Jaap (ik zou ook J. kunnen schrijven, maar wat schieten we daar mee op) bezig aan zijn boot. Ook zwaai ik altijd naar Klaas, druk bezig met zijn huurboten. In de Houkesloot kom ik de politieboot tegen. Een lelijk ding, maar het heeft ook wel weer wat. Ik vaar door het Joustervaartje naar het Sneekermeer en leg aan een steigertje aan. Wat huurvalken zijn er wedstrijdjes aan het varen. Ik besluit het beddegoed op te ruimen, maar eerst nog even liggen. De telefoon doe ik uit, niets vervelenders dan op zo’n moment gestoord te worden. Zo lig ik een half uurtje, het waait behoorlijk en is rumoerig. Heerlijk. Maar ik zou mezelf niet zijn als ik toch niet weer onrustig werd. De telefoon moet weer aan, misschien denken ze thuis wel dat ik verzopen ben of zo. Er heeft niemand gebeld, waarom zouden ze ook. Ik pruts nog even wat, de wierpot schoonmaken en, omdat ik niet oplette, water uit de machineruimte halen dat in zulke grote hoeveelheden langs de schroefas naar binnen was gelopen dat de opvangbak na verloop van tijd over- liep. Daarna vaar ik weer rustig naar de haven. Oh ja, dat beddegoed nog.Ik fiets naar huis, op tijd voor de koffie. Ze hadden me thuis nog niet eens gemist want ze waren de stad in. Dit moet ik toch eens vaker doen.

De programmeur

Tot een jaar of vijftien geleden bouwde ik mee aan een groot levensverze-keringensysteem voor mijn werkgever. Het was toen volledig nieuwbouw en het bestaat inmiddels uit honderden losse programma’s die allemaal een specifiek stuk werk doen. Sommige hebben een scherm voor gebruikersinvoer, andere niet, die controleren bijvoorbeeld belastinggrenzen of genereren boekingen. Al met al een behoorlijk complex geheel. Hoe alles aan elkaar hangt is vastgelegd in een database. Het programma dat zorgt voor het uitvoeren van de ‘instructies’ mocht ik bouwen. (*) Dat begon natuurlijk heel eenvoudig. Ik kan me het moment nog goed herinneren dat het voor het eerst echt begon te doen wat we ervan verwachtten, hoe rudimentair ook. Al snel groeide het door toenemende gebruikerseisen uit tot een behoorlijk complex geheel, de motor waarmee alles soepel draaiende wordt gehouden. Eén van de grootste en meest complexe programma’s van het systeem. En die ik ooit bouwde. Dit programma is mijn kindje, altijd gebleven ook. In die periode heb ik mijn ziel en zaligheid er in gelegd. Het geeft weer hoe ik denk, het is een weerslag van mijn denkraam, een kloon bijna. In de vele jaren erna heeft het altijd zeer goed gefunctioneerd en nog steeds doet het dat. Gelukkig maar, want ondanks dat het redelijk goed is gedocumenteerd durft bijna niemand aan het gedeelte te komen dat er echt toe doet. Slechts een enkeling heeft ooit de moeite genomen zich het overzicht en inzicht te verwerven dat hiervoor nodig is. De kleine probleempjes die er zijn, zijn genoteerd en voornamelijk blijven liggen. Wel zijn er grote herstructureringen geweest, omdat het na verloop van tijd veel deed dat er eigenlijk niet in thuis hoorde. Maar de essentie is altijd hetzelfde gebleven.Gister besloot ik een van die oude zaken eens op te pakken, sinds kort zit ik weer in de hoek waar dat nog even mag. Totdat ‘India’ alles overneemt. Het was als het weerzien met een oude vriend. Ondanks dat ik er al die jaren niet naar omkeek was het na een uurtje alsof we nooit afscheid hadden genomen. De uren erna besteedde ik aan het kunnen reproduceren en goed begrijpen van het probleem. En het vinden van de oplossing. Aan het eind van de dag schreef, of eigenlijk kopieerde, ik vijf regels programmatuur. Probleem opgelost. (En geen nieuwe veroorzaakt!)En daar geniet ík nou van. Zolang het nog kan.

(*) Voor de geïnteresseerden: het is een soort statemachine. Eigenlijk kun je het concept het best omschrijven als dit, ondanks dat we deze termen indertijd niet kenden.

Star Trek

Voor de liefhebbers: ik vond op het internet wat foto’s uit de volgende Star Trek film, met voor de Heroes fan, Sylar (Zachary Quinto) als Mr. Spock!  


Mr. Spock

 USS Kelvin

Voor Inge, die er ook wel van houdt.

Bezoek!

Het leek me wel leuk, zo’n persoonlijke verwelkoming rechtsboven. Blijken er toch nog bezoekers te zijn die daar van schrikken! Er is werkelijk niets aan de hand, lijkt mij. De plugin maakt gewoon gebruik van de gegevens die de webserver standaard van een bezoeker ter beschikking krijgt, zoals onder andere het IP-adres. Dat deze info beschikbaar is mag inmiddels als algemeen bekend worden beschouwd. Het IP-adres, dat je krijgt van je internet-provider, wordt altijd vastgelegd bij reacties die worden achtergelaten. Kom je later weer eens langs, vanaf hetzelfde adres, dan kan de web-applicatie eenvoudig de naam die je bij je laatste reactie invulde terugzoeken. Bovendien ben jij de enige die dat te zien krijgt, iemand anders ziet ook gewoon z’n eigen naam, als hij of zij ooit reageerde. Dus, er is niks geheimzinnigs of big-brother-achtigs aan. Er is niemand die in de gaten houdt of je altijd wel reageert als je komt. Het is gewoon voor de gein. Ik laat het daarom nog maar even zo.

Overigens, zodra je je gegevens achterlaat op een willekeurige site is het gedaan met de ‘anonimiteit’. Het enige wat ik heb gedaan is mijn bezoekers zich daar bewust van maken.

Meerijden

Vorige week reed ik met iemand mee naar Harlingen. Haar twee zoontjes, nieuwsgierige jonge jongens, op de achterbank. Ze vroegen ergens naar, ik zou niet meer weten wat, iets geks, misschien schiet het me nog eens te binnen. Toevallig had ik er iets over gelezen en wist antwoord te geven, tot groot vermaak van hun moeder die zich verbaasde over de schijnbaar nutteloze informatie die zich in mijn hoofd lijkt te bevinden. Het is waar, ik ben een alleslezer en vaak blijft er iets van hangen.We kennen elkaar maar een klein beetje, deze moeder en ik, en hadden tot nu toe nooit echt met elkaar gesproken. Er viel dus wel informatie uit te wisselen, je bent toch benieuwd naar bepaalde aspecten van elkaars leven. Maar met vier grote oren op de achterbank blijft het uiteindelijk wat oppervlakkig. Jammer was dat, want toen we tijdens de gelegenheid waar we samen heengingen tijd vonden voor een hapje en een iets dieper gaand gesprek, werd dit voortijdig een andere kant op gestuurd door opduikende leuke mensen en hun mooie verhalen. Het was er de gelegenheid niet voor, misschien een andere keer verder. Ik had best nog wel wat vragen gehad.Op de terugweg vroeg één van de jongens waarom een vliegtuig een spoor achterlaat in de lucht. De moeder zei dat ze het niet wist, ik vermoed omdat ze er even geen zin meer in had. Ik hield me stil, je wilt ook niet altijd maar de wijsneus uithangen. Gelukkig werd er ook geen echt antwoord verwacht, dat had hij zelf wel: "Dat is om de weg terug te kunnen vinden". Een goede reden voor van alles.

Straatverlichting

Ooit, voordat er allerlei rondwegen om de stad heen werden aangelegd, werd ons dorp van die stad gescheiden door een 800 meter lange weg. En wat weilanden natuurlijk, maar daar gaat het nu even niet om. De weg was toen nog onverlicht, dus ‘s nachts keek je op die weg een groot donker zwart gat in. Het best herinner ik me dat omdat er eens op een winterse avond rumoer in het dorp was. Gealarmeerd door de commotie ging ik naar buiten en stond tot mijn grote schrik meteen oog in oog met een groot zwart paard. Ergens in het dorp was het ontsnapt en ons bruggetje overgestoken. Het paard schrok denk ik nog erger van mij dan ik van hem (of haar), zodat het prompt omkeerde en rechtsaf sloeg -van links kwamen opgewonden dorpelingen aangesneld-, de grote donkerte in. Na vijf seconden zagen we niets meer van het dier, we hoorden alleen nog de hoeven klepperen op het asfalt. Uiteindelijk liep het goed af, het paard werd gevangen en er deden zich geen persoonlijke ongelukken voor. Wat zomaar had gekund, omdat er op die donkere weg doorgaans erg hard werd wordt gereden. Oude tijden herleven, sinds deze week is de later aangelegde straatverlichting defect, vanaf de rondweg tot midden in het dorp. We hebben gebeld, maar het heeft nog niet veel geholpen. Toen we niet beter wisten en we zelf nog geen kind hadden dat er overheen moest fietsen, was die donkere weg voor ons geen probleem. Nu is het vervelend, ik hoop dat ze het snel repareren.

PS Ik belde met de gemeente, ze zeiden me dat ik de tweede was die belde, de dag ervoor had ook iemand gebeld. Dat bleek Maria te zijn geweest. Kennelijk zijn we de enigen die zich er druk om maken, het is al bijna een week mis.

Kabouter Spillebeen

Potten, eind van de middag.

Kasten

Ooit maakte ik in onze (nu voormalige) slaapkamer een paar vaste kasten. Kleding- en linnenkasten. We wonen in een semi-bungalow, best leuk huis, fantastisch plekje, maar daar heb je allemaal niet zoveel aan als je nauwelijks bergruimte voor je spullen hebt. De schuifdeuren van die kasten zijn vanaf dag één een grote  ergernis geweest. Ze liepen altijd uit het spoortje op de vloer, de kamer bleek indertijd net iets te hoog voor de maximumhoogte verkrijgbare deur. Een jaar terug maakte ik er hangdeuren van, maar daarna werd het probleem alleen maar erger. Het plafond houdt niet goed.Vandaag zou ik het anders aanpakken, ik was van plan iets met pianoscharnieren te doen en er harmonicaschuifdeuren van te maken. Of zoiets. Maar terwijl ik zo wat was begonnen voelde ik het al weer helemaal misgaan. Ik had geen flauw idee hoe ik dit moest aanpakken en of het wel tot een goed einde zou kunnen komen. Ik ben geen timmerman, eigenlijk word ik hartstikke ongelukkig en chagerijnig van dit soort klussen. Klussen met schroeven en zagen en boormachines. Brrr. Ik had er helemaal geen zin meer in.Dus, heb ik al snel het bijltje er bij neergegooid en zijn we samen kasten wezen uitzoeken. Echte. De lange wand van de kamer gaan we nu beter benutten, er hoeft immers geen bed meer te staan. We delen het helemaal anders in, het is ook een beetje ons kantoortje, ik zit er nu te schrijven. Kasten slopen, beetje behangen en sauzen (dat kan ik allemaal dan weer wel, klussen met kwasten en lijm en verf) en klaar is Kees. Weg met die oude rotzooi, ik ben er helemaal klaar mee.