Zee
Mijn oudste herinnering aan de zee is
Zoals ik die zag door het gangetje
Van badhuis de Steenen Man
Ogen nog verblind door het felle zonlicht
Het gangetje daarom donker
En door de open deur even verder
Een wit hekje op heet beton
Daarachter de zee
De zon schitterend
En in mijn oren het ruisen van de golven
De geheimzinnige buurman
Het zal wel komen omdat je ook vaak berichten leest waar je de haren van te berge rijzen, over hoe men in sommige streken omgaat met eer en recht en de vrouwen of meisjes hierbij altijd weer het slachtoffer zijn van de merkwaardig hardvochtige kronkels in de hoofden van dorpsoudsten en -genoten. Het kleurt onze perceptie, je neemt maar aan dat het overal buiten onze westerse grenzen niet pluis is.
Waar ik de afgelopen dagen door werd getroffen was de ‘gewoonheid’ van een willekeurig Pakistaans dorp dat het nieuws in werd gelanceerd. Akkers met keurig ingezaaid gewas. De buurjongen die konijntjes had gekregen van een vrouw van ObL, de ‘hier gebeurt anders nooit wat’ reacties en de aanwezigheid van een twitteraar die er voor zijn rust kwam en die de die rust verstorende helikopter met een vliegenmepper wou verjagen. Dat had ik zelf kunnen zijn.
En dan natuurlijk de geheimzinnige buurman, zijn aanwezigheid al dan niet vermoed. In mijn dorp zijn ook (iets minder) ‘geheimzinnige’ buurmannen. Mijn voormalige overbuurman (een bedrijfsdirecteur) zag ik zelden, wel zijn vrouw, en we kregen appels uit zijn tuin. Maar in de vijftien jaar dat ik tegenover hem woonde wisselden we precies één keer een, van mijn kant welgemeend, “Goedemiddag”.
Een andere buurman. Ik zie, vanaf mijn bank, 800 meter verderop zijn aan de andere kant tegen het dijkje aanleunend boerderijtje. Zij wonen aan de ene kant, de rest van de wereld is aan de andere kant. Hem heb ik nog nooit gesproken. Hij is dichter en schilder, ik zie hem regelmatig op het perron en af en toe lees ik een interview met hem. Maar gesproken heb ik hem in die ruim achttien jaar dat we hier wonen nog nooit. Sommige mensen hechten aan hun privacy en bemoeien zich niet met de gemeenschap waarin ze wonen. Het is mooi dat dat kan en je hoeft er geen gezochte crimineel of terrorist voor te zijn. Je hebt ze gewoon overal.
Maar goed, bij ons wonen ze dan weer niet in een zwaar beveiligde villa, hoewel hun huizen wel iets onbenaderbaars hebben of hadden. Hoe zouden de bewoners van Abbottabad hebben kunnen bevroeden wie er in hun midden woonde? Dat soort dingen gebeuren altijd, net als bij ons, ergens anders. De vreemdheid van de locatie deed uiteindelijk alleen een belletje rinkelen bij doorgewinterde geheimagenten.
Verbazingwekkend, en waarom?, dat ondanks de afstand, fysiek en cultureel, Abbottabad en Offingawier (zelfs de namen en hun herkomst hebben iets vaag overeenkomstigs) in hun slaperige alledaagsheid niet eens zo heel veel van elkaar verschillen.
Paaszondag. Om half tien hees Anne-Marie de uitstelvlag op de finishtoren, waarbij ik met de lekker luide grote toeter van de Roekoepôle (Startschip) twee geluidssignalen gaf. Even later ontving Maria van Hella, die fijn alleen thuis was, een SMS-je: “Is er uitstel?” Thuis (twee kilometer verderop) met oostenwind, of wat daar dit keer voor doorging, kun je de wedstrijdgeluidssignalen vaak goed horen. Wat heet, later bleek dat zowat de hele stad het had kunnen horen. Het is dan ook een flinke toeter, doet me altijd aan de misthoorn denken.
Vlak nadat deze leuke foto door Annet werd genomen vroeg de wedstrijdleider me of ik weer een geluidssignaal wou geven. De uitstel ging er eindelijk uit. Leuk te zien hoe snel de zeilers dan in beweging komen. Uiteindelijk hebben we nog drie van de acht klassen weg kunnen krijgen. Daarna zakte de wind weer in.
De jeugd op het water was het wachten en startschip volgen moe aan het worden. Omdat de wedstrijdleider aangaf het nog een kwartiertje aan te willen zien en er dan maar mee te stoppen, zetten we de geluidsinstallatie aan en trakteerden de zeilers op wat muziek, tot verbazing van het publiek aan de wal! Het hoort eigenlijk ook niet, maar bij jeugdevenementen moet je er toch wat leuks van zien te maken. We ‘draaiden’ onder andere “Sailing home”, een goed verstaander heeft tenslotte een half woord nodig, kort onderbroken door het afblazen (letterlijk) van de verdere wedstrijden voor de dag.
Ondanks het lange wachten was het weer een prachtige dag!
Op zondagavond, nadat we overdag een paar keer van plek waren veranderd met het startschip, kreeg ik van Hella (7 jaar) een puntje van kritiek. We hadden op het schip de ‘Follow me’ (L-vlag) moeten hijsen. Ik heb dit natuurlijk aan de Wedstrijdleider doorgegeven en op maandag hebben we ons keurig aan de voorschriften gehouden.
Wie de komende Paasdagen niets anders heeft te doen en benieuwd is wat ik zoal aan het doen ben, die kan dan op de webcam van het Startschip meekijken. Wie weet, zie je mij, of leuke zeilbootjes. http://www.sneekweek.nl/live/view.htm
De hobbit
De opnames zijn begonnen. Ik kan bijna niet wachten de draak Smaug te zien slapen op de dwergenschat. Het mooiste beeld dat een boek mij ooit op mijn innerlijk netvlies zette, bijna rakend aan een soort oerherinnering.
En aangezien alle films tot nu toe ‘spot on’ waren, ben ik er van overtuigd ook dit keer niet teleurgesteld te worden.
Gedichten
Eigenlijk houd ik best van gedichten. Ik ken een paar hele mooie. Maar het zijn er dus maar een paar en ze komen redelijk weinig op mijn pad. Ik denk dat je voor gedichten moet werken, die gaan niet vanzelf bij mij naar binnen, zoals bijvoorbeeld een spannend boek dat wel doet. Vanavond keek ik naar DWDD en zag Arie B heel blij met z’n bloemlezing in gesprek daarover met Adriaan v D. Zij praatten over gedichten als waren het oude vrienden, en wisten te citeren wat die gedichten hebben gezegd. En wie hun vaders en moeders waren en al hun broertjes en zusjes.
Misschien moet je er een soort verzamelaar voor zijn, maar dan van dingen in je hoofd. Ik ben geen verzamelaar, ondanks dat ik het wel eens probeerde. Munten, malle flessen, foto’s in een 365 dagen project. Het verliest na een tijdje toch al weer te veel mijn belangstelling. Of eigenlijk zit het zo: ik wil niet te veel ballast aan mijn kont hebben hangen. Ik kan ook goed weggooien, alles wat mijn belangstelling niet meer heeft, of niet meer van nut is, mik ik het liefst in een container. Weg ermee. Ik houd van mooie spulletjes, maar moet er niet teveel van om me heen hebben, het moet overzichtelijk blijven. Ik wil licht door het leven reizen.
Kennelijk ben ik meer van “read and forget”. En mijn boekenkast ziet er precies zo uit. Die heb ik tot mijn verdriet namelijk niet meer. Sinds de verbouwing verdwenen en in huis niet meer de ruimte ervoor. Dus zit alles momenteel in dozen. Een onheilspellend voorportaal. Maar toch, ondanks dat de boeken niet veel financiële of intellectuele waarde vertegenwoordigen kan ik die moeilijk weggooien. Er zitten cadeau’s bij, van dierbare vrienden met mooie opdrachten. De eerste cadeautjes die ik van Maria kreeg toen we net verkering hadden. Boeken van mijn vader geweest en ook door hem gelezen. Als ik studieboeken en door Maria uitgelezen bouquet romannetjes niet meetel heb ik in mijn leven precies 1 boek in de prullenbak gesmeten (maar pas toen ik het uit had). Dat was zó’n rotboek (over een nare seriemoordenaar) dat ik het nooit meer tegen wilde komen.
Maar goed, gedichten. Dat boek van Arie wil ik misschien wel hebben. Of liever digitaal dan, die boekenplank op mijn iPad raakt nooit vol en stoffig. Daar kunnen boeken staan zonder ooit teveel te worden. En kan ik er wanneer ik maar wil, in de trein of aan boord, naar terug grijpen. Wie weet, worden gedichten me dan uiteindelijk toch wel eigen.